Schaakcomputers: Schaken tegen een computer online?

Schaken tegen de computer is leuk, maar wat is eigenlijk een schaakcomputer? En hoe is de schaakcomputer ontstaan?

De schaakcomputer kan een goede schaakvriend zijn. Voor de huisschaker is de computer een ware schaakvriend, die altijd zin heeft, op ieder gewenst niveau speelt (ook voor beginners), niet te beroerd is om het bord om te draaien als hij gewonnen staat, altijd bereid is om zijn gedachten te laten lezen en met alle plezier vrijblijvend adviezen geeft.

De geschiedenis van de schaakcomputer begint met humor en volksverlakkerij. In 1769 kwam de Hongaarse uitvinder Baron von Kempelen met een schaakmachine genaamd De Turk, die hij aan keizerin Maria Therese aanbood voor verpozing aan het Habsburgse Hof te Wenen. Het was een op het oog ingewikkeld machine, met een levensgrote Turkse pop die voor een aangebouwde schaaktafel zat. Voor de partij werd het innerlijk van de pop en tafel voor het publiek bloot gelegd, een wirwar van draden en spoelen. Iedereen werd overtuigd dat De Turk als robot, zonder menselijk hulp kon schaken. In werkelijkheid zat er een kleine, zeer sterke schaakspeler ergens in het grote apparaat verborgen. Het bedrog hield onvoorstelbaar lang stand, volgens de Encyclopdie van Golombek 85 jaar waarin ook een grote toernee zat door Europa en Amerika. Bekenden hebben tegen deze “schaakcomputer” gespeeld en verloren.

De eerste schaakrobot werd in 1890 uitgevonden door de Spaanse geleerde Torres y Quevedo, al kon het apparaat alleen maar het eindspel koning en toren tegen koning spelen. Daarna stopte de ontwikkeling van de schaakcomputer tot 1949 toen de wiskundige Shannon met een essay  kwam waarin hij uitlegde dat het schaakspel bij uitstek geschikt was om te programmeren. Echter was hiervoor een geheugen vereist, dat wat computers destijds nog niet hadden.

Vanaf 1960 is de ontwikkeling van de schaakcomputer in een versnelling geraakt. De niet commerciële schaakcomputers waren aanvankelijk supergrote apparaten zoals Belle in Amerika. En de eerste commerciële schaakcomputers die in 1978 op de markt verschenen speelden zwak. Al spoedig kwamen er meer schaakcomputers op de markt, begonnen merken te concurreren met elkaar en ontstond er een geheel eigen schaakcomputerwereld.

Tegenwoordig kan iedereen een schaakcomputer in huis halen. Een schaakcomputer is tegenwoordig niet eens zeer nodig met de toegang van internet. Op het internet, online, tegen een computer schaak spelen is tegenwoordige aan dagelijkse gang van zaken (voor een schaakfan).

Er zijn schaakcomputerfreaken die meer dan 50 schaakcomputers in huis hebben. Ze spelen dan niet alleen schaken tegen de computer, maar ook laten ze de schaakcomputers tegen elkaar schaken.

Of u nu tegen een computer gaat schaken of tegen een mens: Schaken spelen blijft leuk.

Schaken spelen met de kennis van schaaktechnische termen

Wanneer iemand goed wilt schaken spelen is het van belang om ook goed de regels te kennen van schaken. In dit artikel bespreken we een aantal schaaktechnische termen.

Net zoals het onpraktisch is te spreken van een constructie van houten latten op dusdanige wijze samengevoegd dat men er mits op de juiste wijze geplaatst op kan zitten, als men stoel bedoelt, zo zijn er vaak voorkomende grootheden in het schaakspel die een eigen naam hebben,

Het binnenste omlijnde gebied heet het centrum. De linkerkant van het bord, dus het gehele gebied van a, b,c en d-lijn heeft de dame-vleugel. De andere kant, de rechterkant, heet die koningsvleugel.

Het begrip schaakmat, kortweg mat, kennen we: de koning staat aangevallen en kan zich op geen enkele manier aan die aanval onttrekken. Een koning staat pat indien hij niet aangevallen staat maar met iedere mogelijke zet schaak zou komen te staan, wat tegen de regels is. De uitslag wordt dan gelijkspel: remise.

Evenals met de term pat, heeft ook het begrip pennen te maken met de regel dat een koning nu eenmaal niet geslagen kan worden. Er zijn penningen over lijnen, rijen en diagonalen.

Schaken spelen doen we in een tempo. Een zet heet in vakjargon tempo.

Wanneer twee koningen tegenover elkaar staat het dit een oppositie.

En tot slot hebben we de term notatie. Bij een notatie worden gebruik gemaakt van afkortingen: de K voor koning, de D voor dame, de T voor toren, de L voor loper en tot slot de P voor paard. Bij een schaakspel wordt de voortgang van een spel genoteerd. Hierbij worden dus de afkortingen gebruikt. Niet alleen de schaakstukken hebben afkorting, maar ieder veld kent ook een afkorting. Eveneens wordt bijvoorbeeld schaak aangegeven met een + teken en een dubbele schaak heeft twee plustekens.

 

Nu kunnen we schaken spelen!

Schaken spelen : De regels

Wanneer we schaken spelen, moeten we ook de regels kennen. De regels voor schaken begint altijd met het kennismaken van de schaakstukken. De stukken in een schaakspel heten de schaakstukken. Tijdens een schaken spelen moet je de stukken kennen.

Beide spelers beginnen de schaakpartij met 16 stukken. De éne speler is wit en de ander speelt met zwart. Zowel wit als zwart kunnen gaan strijden met:

  • 1 Koning
  • 1 Dame
  • 2 Torens
  • 2 Lopers
  • 2 Paarden
  • 8 Pionnen

Ieder schaakstuk heeft zijn eigen loop en waarde, dat maakt het spel schaken zo interessant en boeiend. Vijandelijke stukken kunnen worden geslagen en verdwijnen van het bord, de eigen stukken blokkeren de weg.

Schaakstuk de Koning

Schaken spelen kan absoluut niet zonder de koning. De koning is het belangrijkste stuk, maar niet het sterkste. De koning kan in alle richtingen op het schaakbord gaan, maar wel slechts één veld per zet. De gang van de koning is zeer beperkt en toch is hij de belangrijkste stuk op het bord. We moeten niet vergeten dat het schaakspel is afgeleid van de oude manier van oorlog voeren. Als de koning werd vermoord dan viel het rijk met hem. In het schaakspel kan ieder stuk geslagen worden. Echter, komt de koning in een positie dat hij de aanval op zichzelf op geen enkele manier kan pareren, dan wordt de partij opgegeven. Dan staat de koning mat. Zodra de koning kan worden geslagen, is de schaakpartij afgelopen en is een winnaar bekend. Ook is een schaakspel voorbij wanneer een koning alleen zichzelf in een positie kan zetten wanneer hij ook geslagen kan worden.

Schaakstuk de Dame

De dame is het sterkste stuk. Zij heeft dezelfde bewegingen als de koning, alleen wordt zij niet beperkt tot één veld. De dame kan tot de randen van het bord gaan in één zet. De dame wordt in de wandelgangen ook wel de koningin genoemd. De dame zorgt tijdens het schaken spelen voor verrassende partijen.

Schaakstuk de Toren

De toren staat symbool voor de katapult op wielen, of voor het oorlogschip in andere landen, beide grootheden zijn slecht wendbaar en die beperktheid zien we ook terug in de regels van schaken. Schaken spelen met de toren houdt een beperkte bewegingsvrijheid in. De toren beweegt zich over lijnen en rijen, vooruit of achteruit of opzij, maar nooit diagonaal. De toren kan dus slechts een gedeelte van wat de dame kan.

Schaakstuk de Loper

De loper, waarvan iedere partij er twee heeft, kan slechts een gedeelte van wat de dame kan. De ouderwetse benaming voor loper is raadsheer. De loper kan alleen diagonaal bewegen, naar achteren en naar voren en tot de rand van het bord. Met beide lopers zijn alle velden op het bord te bestrijken, met 1 loper slechts 32 velden. Een loper kan van willekeurig welk wit veld in maximaal 2 zetten ieder ander wit veld bereiken. Een koning en loper kunnen nooit een matpositie creëren tegen de kale konng. Met 2 lopers lukt dat wel.

Schaakstuk het Paard

Veel spelers ervaren tijdens het schaken spelen het paard als een opvallende verschijning. Het paard is het meest grillige stuk, want het kan springen. Het springt in de letterlijke betekenis van het woord. Alle andere schaakstukken hebben een gang, een loop, maar een paard die springt. De paardesprong gaat zo: 1 recht plus 1 schuin.

Omdat het paard springt maakt het niets uit of er stukken voor hem staan, zolang het veld waarop het paard neerkomt maar vrij is. Een paard kan op alle velden van het schaakbord komen en bemerk dat het paard per zet van kleur verspringt.

Schaakstuk de Pion

De pion, waarvan iedere speler er 8 heeft, mag dan het kleinste stuk zijn, het heeft wel de meeste regels. De pion gaat recht vooruit met stap voor stap. Wanneer de pion nog op zijn oorspronkelijke plaats staat, dan mag de pion 2 velden vooruit. Benadrukt wordt dat dit niet verplicht is.

In tegenstelling tot alle andere schaakstukken kan de pion niet achteruit gespeeld worden. Een zet met een pion is definitief. Nog een wezenlijk verschil van de pion met alle andere schaakstukken is dat alle andere stukken slaan zoals zij gaan, maar de pion slaat schuin.

Wanneer een pion helemaal aan de overkant is, gaat de promotie-regel in werking.

Promotieregel voor de Pion:

Een pion helemaal aan de overkant krijgen is knap. Meestal sneuvelt een pion ergens halverwege een schaakspel. Wanneer de pion wel de overkant behaalt, wacht hem een beloning. De pion mag zich dan promoveren tot een ander schaakstuk. De pion wordt in dat geval van het schaakbord genomen en een ander stuk wordt ervoor in de plaats gezet. Meestal is dat een dame, dat is het sterkste stuk, maar de keuze mag ook vallen op de toren, de loper, of het paard. De koning mag natuurlijk niet gekozen worden. Met een promotie-regel kunnen er interessante ontwikkelingen gaan plaatsvinden tijdens het schaken spelen.

Waarde van de schaakstukken

Schaken spelen draait om de koning. Staat de konig schaakmat dan is ook schaakpartij voorbij. Het maakt dan helemaal niet meer uit wat er nog eventueel op het bord staat. Dat gegeven geeft een relatieve draai aan de andere stukken. Soms is een pion sterker dan een dame in een bepaalde situatie of welk voorbeeld dan ook. Dat neemt niet weg dat je met een dame in een normale stelling veel meer mogelijkheden hebt dan met bijvoorbeeld een loper of pion.

Schaken spelen kan werken met een tabelwaarde. De volgende punten kunnen worden uitgedeeld:

  • Pion 1 punt
  • Paard 3 punten
  • Loper 3 punten
  • Toren 5 punten
  • Dame 9 punten

Het hangt van het type stelling af of een paard sterker is dan een loper of wat dan ook. In het algemeen is een dame sterker dan een toren plus loper omdat de dame ook op die diagonalen kan komen, daar waar de loper geen werking heeft.

Paarden en lopers worden ook wel de lichte stukken genoemd. De dame en de toren worden aangeduid als de zware stukken.

Schaken spelen

Schaken spelen is leuk, vooral wanneer je de regels goed door hebt. Tijdens een potje schaken kan je te maken krijgen met verschillende verrassingen en uitdagingen. Schaken is spannend en een echte denksport. Begin nu met een potje schaken spelen!

 

Schaken Spelen

Schaken spelen is populair. In Nederland zijn er ongeveer 30.000 geregistreerde schakers, maar uit marktonderzoek is gebleken dat dit er veel meer zijn. Uit het onderzoek is gebleken dat er in Nederland alleen al meer dan 1,5 miljoen schaakgeïnteresseerden zijn. Zij zijn beginnende schakers of spelen schaken voor de plezier en staan dan ook niet bij een vereniging ingeschreven.

Schaken is inmiddels zo populair dat schaken zelfs op een computer of op een telefoon wordt gespeeld. Wellicht bent u op deze site terecht gekomen omdat u een potje schaken wilde spelen.

Een misvatting is dat schaken ontzettend moeilijk is. Iedereen kan leren schaken en zeker met de talloze cursussen die beschikbaar zijn. Ook beginnende schakers kunnen hun prestaties op het schaakbord verbeteren door oefenen en door informatie over schaken te lezen.